Koud hè!

Koud hè!, was de slogan waar ik als tiener honderd stickers met deze slogan én een tienertoer mee won bij een campagne, die mijn leeftijdsgenoten zullen herkennen aan Melk de Witte Motor. Mijn zus had ook die honderd stickers en tienertoer gewonnen, dus wij gingen samen op treinvakantie.

Nu, zo’n dertig jaar later, drink ik geen melk meer en zou ik nooit meer een slogan voor de melkindustrie schrijven, maar de herinneringen aan de vakantie zijn goed.

Ik moest hieraan denken toen ik gisteren in het zwembad de minuten zat weg te tellen. De kinderen wilden graag zwemmen. Ik vind er niks aan en ik vind dat als ze een uur hebben kunnen zwemmen, dat ik me dan van mijn beste kant heb laten zien. Dus ik houd nauwlettend de klok in de gaten. Tot niet zo lang geleden was ik ook gek op zwemmen, maar met kinderen vind ik het niet leuk meer. Ik houd ervan om naar het diepe te duiken en om halverwege te blijven zweven, of om op de bodem te zitten. Het geeft je een gevoel van vrijheid: je wordt omringd door water en bent afgesloten van de buitenwereld, totdat het gebrek aan zuurstof zodanig wordt, dat je je als een walvis naar de oppervlakte moet bewegen om een verse hap lucht te nemen. Heerlijk is dat zweven in het water, vooral als het in natuurwater is. Dat vond ik als kind al en dat vind ik nu nog steeds. Alleen kan ik dit soort capriolen niet meer uithalen, want er moet op de kinderen gelet worden. Dus hang ik daar aan de rand van het zwembad, met één oog op de klok en één oog op de kinderen. De tijd kruipt voorbij en het water is inmiddels niet meer comfortabel warm, maar mierentietjes koud. Ik zeg tegen mijn vriend ‘Koud hè’, maar krijg geen gehoor.

Ik probeer mij koudere dingen voor te stellen en denk aan de documentaire die ik de dag ervoor op tv heb gezien over ivoorjagers die in Siberië op zoek gaan naar de slagtanden van mammoeten. De slagtanden komen vrij te liggen door het smelten van de permafrost. En door het stijgen van de temperatuur, komen er vele slagtanden vrij te liggen. Om zoveel mogelijk van dit mammoetenivoor te kunnen verzamelen, zoeken de jagers niet alleen op land, maar ook in het water. Zo dook er een man urenlang in de gesmolten permafrost rond op zoek naar slagtanden. Na drie uur gaf hij het op: het werd te koud. Na drie uur pas! Terwijl ik al dacht toen deze beste man zijn teen in het water stak: ‘Koud hè!’

Heel anders was het toen ik dit jaar ging skiën. Waar we vorig jaar nog min twintig graden op de top hadden, hadden we dit jaar plus vierentwintig graden (in de zon, dat wel). Vorig jaar had ik nergens last van. We waren goed ingepakt en op de één of andere manier is min twintig minder koud als je aan het skiën bent, dan als je naar je werk fietst. Dit jaar was ik dus, gezien de warmte, overdreven goed voorbereid. Ik stond boven aan de piste te genieten van het zonnetje, toen er een dame op me af kwam: hijgend en puffend, met de jas half open en met de handen de warmte voor haar gezicht weg wapperend, zei ze: ‘Warm hè!’

Foto van Matthew Henry

Volg en like me: