Oude gezichtscrème

Ik vraag aan de vriend of ik uit mijn mond stink. Hij zegt van niet. Ik geloof hem natuurlijk, anders had hij het me dat in de afgelopen elf jaar vast wel een keer verteld.

Foto van iStock

Toch ruik ik mezelf en ik word er misselijk van. Waarom geeft niemand eerlijk toe dat je met een mondkapje op je eigen adem ruikt? Of is dit wat men met ‘benauwd’ bedoelt? Waarin benauwd gelijk staat aan ‘beneveld worden door je eigen adem.’

Een treinrit met een mondkapje op red ik net. Maar op de camping moet je deze ‘geniet-van-je-eigen-geur-lap’ op als je het toiletgebouw, de afwasruimte of de receptie ingaat. Na meerdere van dit soort bezoeken voel ik mijn uitstoot op mijn gezicht plakken, als ware het een goedkope gezichtscrème die al lange tijd over datum is.

Als de nieuwste gadget draag ik het masker nu altijd met me mee. Geen wc-rol onder de arm, wel een mondkapje in de hand.

Ik merk dat ik achterloop; waar iedereen zijn creativiteit laat zien met de meest hippe kapjes, draag ik een verticale witte snavel die niet alleen tweederde van mijn gezicht bedekt, maar die ook nog eens mijn rimpels benadrukt door ze allemaal tot net boven de rand van het mondkapje te duwen.

De afwas wordt zwijgend gedaan. Ik kan alleen maar ruiken wat ik ruik en weet daarom niks te zeggen. Daarnaast verergert elk woord wat ik zeg de situatie. Dus om mezelf niet verder te kwellen zeg ik niks.

De zoon en dochter willen me nog honderd zoentjes geven voor het slapen gaan. Mijn overdatum ruikende crème weerkaatst tegen hun frisse huidjes terug mijn neus in. Hoe komt het toch dat kleine kinderen niet stinken? En hoe komt het dat zij niet ruiken dat ik stink?

Ik ben er klaar mee voor vandaag. Onder de warme douche schrob ik de goedkope, slechte lotion van mijn gezicht af en was voor de zekerheid extra lang na.

Zonder mondkapje op sluip ik het toiletgebouw uit. Fris mijn bed in.

Volg en like mij: